Het herkennen van jonge mantelzorgers kan overbelasting, voortijdig schoolverlaten en psychische problemen op latere leeftijd voorkomen.

Basisschoolleeftijd (6-10 jaar)

  1. Geen of weinig contact met leeftijdsgenoten
  2. Negatief gedrag zoals ruzies met andere kinderen
  3. Teruggetrokken gedrag of aandacht eisend gedrag
  4. Psychosomatische klachten:
    – Lichamelijke klachten zoals buikpijn, hoofdpijn, lusteloosheid en vermoeidheid
    – Slaapproblemen waaronder nachtmerries en slaapwandelen
    – Eetproblemen
  5. Terugval in eerder ontwikkelingsstadium
  6. Angstig zijn (gevoel van onveiligheid)
  7. Beginnend besef van verantwoordelijkheidsgevoel (niet passend bij de leeftijd)
  8. Concentratieproblemen
  9. Verstoring van sociale contacten of gebrek aan sociale contacten, zoals vriendjes of vriendinnetjes niet (meer) mee naar huis nemen
  10. Leert niet voor zichzelf op te komen

Basisschoolleeftijd (10-12 jaar)

  1. Besef dat de situatie thuis anders is dan bij anderen
  2. Toenemend verantwoordelijkheidsgevoel (niet passend bij de leeftijd)
  3. Smoezen verzinnen, niet naar school willen en spijbelen
  4. Zeer teruggetrokken gedrag (vooral meisjes) of naar buiten gekeerd, opvallend gedrag (vooral jongens)

Puberleeftijd (12-16 jaar)

  1. Verstoring van sociale contacten of gebrek aan sociale contacten, bijvoorbeeld niet spontaan met vrienden op stap willen of kunnen
  2. Negatief gedrag zoals spijbelen, druk en agressief gedrag
  3. Een verstoorde identiteitsontwikkeling: de eigen identiteit wordt onvoldoende ontwikkeld door het zorgen voor een ander: Het eigen ‘ik’ wordt ondergeschikt gemaakt aan de ander (laag zelfbeeld). Jongeren herkennen hun eigen wensen en behoeften minder of niet meer
  4. Gevolgen van stressfactoren:
    – Lichamelijke klachten zoals buikpijn, misselijkheid, hoofdpijn en vermoeid
    – Psychische klachten zoals gespannenheid, depressieve klachten en angsten
    – Concentratieproblemen
    – Slaapproblemen
  5. Een toenemend verantwoordelijkheidsgevoel (parentificatie, het kind neemt de ouderrol op zich)
  6. Vaker denken aan suicide en vaker poging tot suicide door het ervaren van mentale/sociale dwang.
  7. Ontbreken of uitstellen van normale puberteitsverschijnselen
  8. Bovengemiddeld gebruik van genotsmiddelen zoals alcohol en drugs
  9. Zeer teruggetrokken gedrag (vooral meisjes) of naar buiten gekeerd, opvallend gedrag (vooral jongens)

Adolescentie (16-23 jaar)

  1. De jongere kan niet/moeilijk voor zichzelf kiezen en eigen grenzen bewaken
  2. De identiteit is onvoldoende ontwikkeld
  3. Ondanks de persoonlijke competenties van de jongere loopt hij/zij vast in de studie of eerste baan of zetten hun ervaringen om in een baan in de zorg
  4. Een extreem verantwoordelijkheidsgevoel (parentificatie: het kind neemt de ouderrol op zich)
  5. Zich volledig afzetten tegen de mantelzorgsituatie, banden doorsnijden en ‘kiezen’ voor zichzelf
  6. Problemen in het opbouwen en behouden van relaties
  7. Verhoogd risico op psychische problemen, zoals depressie, angst of eetstoornis